Taalstoornissen


Onder taalontwikkelingsstoornissen vallen al die stoornissen in de opbouw en het verwerven van de taal, ten gevolge waarvan het spreken van een kind zich in vergelijking met leeftijdsgenoten langzamer of anders ontwikkelt dan normaal.

- Taal(ontwikkelings)stoornissen

- Indicaties voor verwijzing  

- Logopedische therapie 

 

 

<< Terug naar hoofdpagina voor verwijzers

Taal(ontwikkelings)stoornissen

Onder taalontwikkelingsstoornissen vallen al die stoornissen in de opbouw en het verwerven van de taal, ten gevolge waarvan het spreken van een kind zich in vergelijking met leeftijdsgenoten langzamer of anders ontwikkelt dan normaal. Een taalstoornis kan blijven bestaan als de taal zich niet meer ontwikkelt of kan ontstaan te gevolge van een hersenbeschadiging. De problemen kunnen zowel betrekking hebben op de woord en/of zinsproductie (expressieve taalstoornis) als op het woord en/of zinsbegrip (receptieve taalstoornis).

De normale taalontwikkeling:
1 jaar: het kind brabbelt veel en gevarieerd
1½ jaar: het kind heeft een expressieve woordenschat van tenminste vijf woorden
2 jaar: het kind spreekt in tweewoord zinnen. Het vraagt veel: "Is dat?"
3 jaar: het kind spreekt in drie- tot vijfwoord uitingen met weinig grammaticale structuur
4 jaar: het kind spreekt in eenvoudige enkelvoudige zinnen. Meervoudsvormen en vervoegingen zijn nog moeilijk. Het kind stelt veel ‘waarom'-vragen.
5 jaar: het kind spreekt in goed gevormde, ook samengestelde zinnen.

Terug naar boven  


Indicaties voor verwijzing

Logopedisch onderzoek en behandeling zijn geïndiceerd wanneer:

  • kinderen niet, opvallend weinig en/of weinig gevarieerd brabbelen. Dit kan een aanwijzing zijn voor een te verwachten niet-normale taalontwikkeling;
  • een kind van twee jaar nog niet of nauwelijks spreekt. De taalontwikkeling moet met extra aandacht worden gevolgd en de ouders moeten zo nodig begeleid worden. Echt afwijkend is ‘niet spreken' bij een kind van drie jaar;
  • de ouders ongerust zijn: in een logopedisch onderzoek kan worden vastgesteld of de zorgen gegrond zijn en of logopedische interventie nodig is;
  • een kind qua taalproductie duidelijk achter is ten opzichte van leeftijdsgenoten;
  • een kind van 3½ jaar nog niet begrepen wordt door vreemden;
  • er een duidelijke discrepantie bestaat tussen het begrijpen en het uiten van taal;
  • een kind een slecht taalbegrip heeft en/of zich gebrekkig uit, bijvoorbeeld een verkeerde zinsvolgorde, onjuist vervoegen van werkwoorden enz.;
  • er problemen zijn bij de tweede taalverwerving.

Terug naar boven


Logopedische therapie

De logopedist zal veelal gebruik maken van genormeerde testen om het taalniveau van het kind te bepalen en vast te stellen waar de eventuele hiaten zitten. De logopedische therapie kan direct en ook indirect zijn. Vooral bij jonge kinderen is de indirecte therapie ook van groot belang. Met de ouders wordt besproken en geoefend hoe zij de taalontwikkeling van hun kind het beste kunnen stimuleren. In de directe therapie werken wij met het kind aan o.a. het richten van de auditieve aandacht, het verbeteren van het taalbegrip, het leren ontdekken van grammaticale regels, het creatief leren omgaan met die regels en het uitbreiden van de woordenschat.

Terug naar boven


Links | Disclaimer | Copyright © 2018 Logopediepraktijk Haasjes | Endless